Gondramon

Wraak van de Wolkenheer

Spoorzoeken

Rhaor en Dermin zien op hun terugweg naar het kamp verschillende sporen: oude, goed zichtbare die naar de Schaduwtoren leiden; en verse, grotendeels uitgewiste in de buurt van het kamp. Sillan voelt zich al de hele dag bespied. ’s Avonds voelen Rhaor en hij een plotselinge windvlaag door het kamp trekken. De volgende ochtend gaan Rhaor en Sillan op onderzoek uit. Al snel vinden ze het half-uitgewiste spoor. Terwijl ze het volgen voelen ze weer een windvlaag, en hoort Sillan de reus uit de Zwevende Rots tegen hem praten. De reus is niet blij dat Sillan “zijn” kristal heeft meegenomen—die wilde hij hebben, en zonder kristal is ook zijn rotspaleis neergestort. Hij geeft Sillan tot de avond om het kristal alsnog te geven.

Jager of prooi?

Kort daarna klinkt gegil uit de richting waarheen het spoor leidt. Er blijkt iemand (een half-orkse jager met een grote boog) van een rots gevallen. De man heeft wonden veroorzaakt door vrieskou en een tatoeage van de rune “Woede”—hij is een dienaar van Kimxretle. In de buurt heeft zich een andere jager verstopt. Hij en de dode half-ork zijn door Kimxretle gestuurd om Sillan terug te brengen naar het Totemwoud, desnoods met geweld. Sillan maakt duidelijk dat hij niet van plan is dat te doen, en geen bezwaar heeft tegen het gebruik van geweld. Rhaor en hij laten de jager gaan om de boodschap aan Kimxretle over te brengen.

Gevecht met de immoth

’s Avonds meldt de reus zich weer. Hij vraagt Sillan wat zijn bedoelingen zijn. Zodra duidelijk is dat hij het kristal niet gaat krijgen valt de reus aan. Onzichtbaar vliegt hij rond het kamp, terwijl hij het bliksems en hagel laat regenen. Sillan en Rhaor, die nog weten hoe de reus hen de vorige keer bijna heeft verslagen, hebben zich goed voorbereid. De bliksem doet hen niets, al laat Sillan de reus even geloven dat hij ernstig gewond raakt. Ondertussen proberen ze de reus zichtbaar te maken, wat niet (lang) lukt. Als Rhaor eenmaal heeft gehoord waar de reus is en hem in vogelvorm aanvalt, verdwijnt de reus spoorloos.

Bezoek uit het schaduwkamp

Overdag hebben Sillan en Rhaor fakkellicht gezien in de buurt van de toren: er lijkt daar een kamp te zijn, waarheen de oude sporen lopen. Het gevecht met de reus lijkt opgemerkt in het kamp. Een groepje van vier mannen gaat op verkenning. Eén duikvlucht van Rhaor bezorgt een verkenner een gapende hoofdwond. De rest slaat op de vlucht, waarna Rhaor de gewonde man gemakkelijk overmeestert. Als Sillan eindelijk ter plaatse is, gaat Rhaor achter de anderen aan—totdat hij een grote, vleermuisachtige gestalte ziet die vanuit het oosten op hem afkomt. Het ding bezorgt hem koude rillingen en hij vliegt snel terug.

Boralkar

De gevangene is een Runengier en heet Boralkar. Hij zegt dat de Runengieren zijn verraden door de Maanvreters, die naar de bergen zijn gegaan met de sterkste krijgers. De rest is zonder voedsel en magische bescherming achtergelaten op het Eeuwigveld. Boralkar is een paar weken geleden met een paar anderen naar de Schaduwtoren getrokken: één van hen droomde dat daar eten te vinden was. Dat bleek te kloppen. Ongeveer 40 andere ex-Eeuwigvelders krijgen in het kamp elke dag een donker drankje van een sjamaan die Reharch heet. Als Rhaor terugkomt en vertelt wat hij heeft gezien wordt Boralkar doodsbang. Hij zegt dat het de Meester van de Toren is, die af en toe iemand uit het kamp doodt door zijn ziel op te zuigen. Hij wil vluchten. Sillan en Rhaor volgen hem en brengen hem naar hun eigen kamp. Daar gaan ze rusten, nadat ze zich ervan hebben overtuigd dat de “Meester van de Toren” nergens meer te zien is.

Comments

Roshar

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.